Het lesprogramma op de Onderbouw-Middenbouw bestaat voor ongeveer de helft van de lesuren uit praktijkvakken en voor de rest uit theorievakken. De mentor van de klas verzorgt de theorie waar, naast de basisvaardigheden (Lezen, Schrijven, Taal, Rekenen en Engels) maatschappij, cultuur, arbeidsoriëntatie en sociale vaardigheden centraal staan en waar toegewerkt wordt naar KSE-certificaten.

Het niveau van de eisen die aan de leerlingen gesteld worden, hangt af van het niveau van de individuele leerling. Het aanbod van de basisvaardigheden op theoretisch vlak wordt afgestemd op het functioneringsniveau van de individuele leerling. Zo kan onderwijs op maat worden geboden.

De verschillende praktijkvakken zijn: Lichamelijke Opvoeding, Groen, Horeca, Algemene Techniek, Handvaardigheid en ICT. Deze vakken geven de leerling de mogelijkheid zich te oriënteren binnen verschillende vakgebieden. Door praktisch bezig te zijn, krijgt de leerling zicht op eigen mogelijkheden. Daarnaast leveren de praktijkvakken een bijdrage aan de zelfstandigheidvorming van de leerling.

Binnen de Onderbouw-Middenbouw is de mogelijkheid voor leerlingen om een dagdeel “schoolstage” te lopen. De werkzaamheden daar bestaan uit eenvoudige huishoudelijke taken, die zelfstandig worden uitgevoerd. Een schoolstage kan ook inhouden dat de leerling meeloopt met de conciërge, de medewerkster huishoudelijke dienst of een praktijkleerkracht.